‘Wanneer iemand niet oprecht belangstelling voor mij heeft en alleen maar wil dat ik ga doen wat hij zegt, dan hoeft het hele gesprek voor mij niet’.

Het is alweer heel wat jaren geleden. Ik werkte nog in het onderwijs. Op een middag werden we voor overleg bij elkaar geroepen. Er was iets belangrijks te bespreken. Ons werd gevraagd naar visie en inzichten betreffende probleem x. Iets in mij vertelde mij dat dit slechts een aanloopje was naar het punt dat gescoord moest worden. Onze meningen deden er helemaal niet toe, maar het was fijn ons het idee te geven dat dit wel zo was. Althans, er was vermoed ik, vanuit gegaan dat onze visie overeen zou komen met plan x. Helaas, dat was niet het geval. Dit werd echter volkomen genegeerd en plan x werd ingekopt. Onze visie werd niet meer meegenomen, het besluit lag vast. Punt x om probleem x op te gaan lossen moest het zijn.

Deze week had ik weer een prachtig gesprek met een hoogbegaafde puber met slechte schoolresultaten, die dit probleem ervaart en benoemde. ‘Wanneer iemand niet oprecht belangstelling voor mij heeft en alleen maar wil dat ik ga doen wat hij zegt dan hoeft het hele gesprek voor mij niet’. BAM, de spijker op zijn kop. Ik voel nog mijn boosheid toen wij als onmondige onnozele kinderen werden behandeld. Ik zie diezelfde boosheid en verontwaardiging bij deze puber. Ik zie het vaker. Wat gebeurt er op zo’n moment in het proces van de goed bedoelende volwassenen die zo graag wil dat studieresultaten overeen gaan komen met intelligentie? De puber, die zichzelf wil leren kennen, behoefte heeft aan autonomie en serieus genomen wil worden, krijgt feitelijk de boodschap: ’Jij weet nog niet wat goed voor je is, dat kun je niet, ik zal het je wel vertellen’. We willen dat ze zelfstandig worden, maar we vertellen ze dat ze onze wijsheid nodig hebben. Wat gaat de gezonde puber doen? Zich verschrikkelijk afzetten. Resultaat? De cijfers worden niet beter.

Deze kinderen vragen om openheid, ruimte, het zelf mogen ontdekken. Het leren accepteren dat falen ook gewoon aan jezelf kan liggen en niet per se de fout is van een volwassene die niet doet wat jij nodig hebt. Als jij iets voor elkaar wilt krijgen, zul jij dat moeten regelen. Als je zelf niets doet, kan de ander ook weinig. Samenwerken vraag inzicht in eigen leerbehoeften en de veiligheid in dit proces foute keuzes te kunnen maken, omdat ze je de kans geven nieuwe inzichten te verwerven. Wanneer een volwassene zijn inzicht opdringt, dan is het niet het inzicht van de puber, dus waarom zou hij daarmee aan de slag gaan?

Juist op school, waar de motivatie voor deze pientere kinderen zo’n kwetsbaar punt kan zijn, is deze openheid in contact van essentieel belang. Dan kan de puber zichzelf leren kennen en leren dat de waarheid anders kan zijn dan gedacht, maar wel weer inzicht geeft in wat er dan wel nodig is. Dan kan het verzet tegen die volwassenen die je toch niet begrijpen, plaatsmaken voor de eigen vragen en kwetsbaarheid. Dan komt de weg in zicht die past bij deze leerling, welke weg dat ook mag zijn!